Zijn zonnepanelen nog rendabel nu de salderingsregeling weg is? De sommen
Vanaf 1 januari 2027 is salderen voorbij. Deze sommen laten zien wat zonnepanelen dan nog opleveren en hoe je de terugverdientijd flink verkort.

Jarenlang was de rekensom van zonnepanelen simpel: elke kilowattuur die je aan het net leverde, streepte je weg tegen je eigen verbruik. Aan die salderingsregeling komt definitief een einde. De Tweede Kamer stemde op 14 november 2024 in met de afschaffing, de Eerste Kamer volgde op 17 december 2024, en per 1 januari 2027 is salderen voorbij. Wie nu panelen bestelt, koopt dus feitelijk al voor de situatie zonder saldering — en dan verandert de som flink.
Betekent dit het einde van het zonnepaneel? Nee. Maar de terugverdientijd loopt ruwweg op van ruim vier jaar naar een jaar of tien, en je eigen gedrag wordt bepalend. De sommen.
Dit verandert er per 1 januari 2027
- salderen mag niet meer: verbruik en teruglevering worden apart afgerekend
- voor teruggeleverde stroom krijg je een vergoeding van je energieleverancier; tot 2030 is die wettelijk minimaal 50 procent van het kale leveringstarief, dus zonder belastingen
- in 2025 en 2026 betaalden grote leveranciers in de praktijk zo'n € 0,04 tot € 0,10 per teruggeleverde kilowattuur
- sommige leveranciers rekenen daarnaast terugleverkosten; controleer je contract
De details van de regeling en de afschaffing staan op Rijksoverheid.nl.
De som: mét en zonder saldering
Neem een gemiddeld dak met 10 panelen, samen goed voor zo'n 3.750 kilowattuur per jaar. Zo'n installatie kost in 2026 doorgaans € 3.800 tot € 5.500; we rekenen hier met € 4.500. De stroomprijs stellen we op € 0,28 per kilowattuur, all-in, prijspeil 2026.
Mét saldering was elke opgewekte kilowattuur het volle tarief waard: 3.750 keer € 0,28 is € 1.050 per jaar. Terugverdientijd: ruim vier jaar.
Zonder saldering telt alleen de stroom die je direct zelf gebruikt voor het volle tarief. Bij een gemiddeld huishouden is dat zo'n 30 procent van de opwek: 1.125 kilowattuur keer € 0,28 is € 315. De overige 2.625 kilowattuur lever je terug; bij een vergoeding van € 0,05 levert dat € 131 op. Samen zo'n € 446 per jaar, en dus een terugverdientijd van ongeveer tien jaar. Omdat panelen 25 jaar of langer meegaan, verdien je ze nog steeds ruim terug — na het break-evenpunt volgt meer dan vijftien jaar vrijwel gratis stroom. Alleen het gemak van achteroverleunen is verdwenen.
Zo verkort je de terugverdientijd
De sleutel heet eigen verbruik. Elke kilowattuur die je zelf gebruikt in plaats van teruglevert, is in dit voorbeeld € 0,23 extra waard: € 0,28 in plaats van € 0,05. Concreet:
- draai wasmachine, droger en vaatwasser overdag, als de zon schijnt
- laad een elektrische auto of fiets zoveel mogelijk in de zonnige uren
- verwarm water met een boiler of warmtepomp op momenten dat de panelen produceren
Lukt het om je eigen verbruik van 30 naar 50 procent te tillen, dan wordt de jaaropbrengst 1.875 keer € 0,28 plus 1.875 keer € 0,05, samen ongeveer € 620 — en zakt de terugverdientijd naar ruim zeven jaar. Een thuisbatterij kan het eigen verbruik verder verhogen, maar is een flinke extra investering met een eigen terugverdiensom; reken die apart door voordat je bestelt. Het goede nieuws: de meeste verschuivingen zijn een kwestie van gewoonte. Wie ze eenmaal heeft ingebouwd, merkt er in het dagelijks leven weinig van, maar ziet het verschil elk jaar terug op de energierekening.
Maak de som voor jouw dak
Hoe de rekensom er voor jouw situatie uitziet — aantal panelen, ligging van het dak, jouw verbruikspatroon — reken je na met de tool opbrengst zonnepanelen berekenen. Houd in gedachten dat alle bedragen in dit artikel indicaties zijn: stroomprijzen, aanschafprijzen en terugleververgoedingen verschillen per leverancier en per jaar, en na 2027 kunnen vergoedingen verder wijzigen.
De hoofdlijn staat echter als een huis: zonnepanelen blijven ook zonder saldering rendabel, alleen niet meer vanzelf. Wie zijn verbruik slim naar de zonuren verschuift, houdt het verschil voortaan zelf in de portemonnee.