Dit is de leeftijd waarop jíj AOW krijgt (en waarom die opschuift)
In 2026 en 2027 ligt de AOW-leeftijd op 67 jaar, vanaf 2028 op 67 jaar en 3 maanden. Bereken wanneer jij aan de beurt bent en waarom dat opschuift.

Twee collega's, allebei eind vijftig, hetzelfde beroep — en toch krijgt de één ruim een jaar eerder AOW dan de ander. De AOW-leeftijd hangt namelijk af van je geboortedatum en schuift stap voor stap op. In 2026 en 2027 ligt hij op 67 jaar. Vanaf 2028 komt er drie maanden bij: wie dan aan de beurt is, krijgt AOW vanaf 67 jaar en 3 maanden. Die leeftijd geldt in elk geval tot en met 2031.
Waar jij precies op uitkomt, en waarom die leeftijd blijft opschuiven, is met een paar regels uit te leggen — en tot op de dag nauwkeurig uit te rekenen.
De AOW-leeftijd tot en met 2031
- 2026: 67 jaar
- 2027: 67 jaar
- 2028 tot en met 2031: 67 jaar en 3 maanden
Deze leeftijden staan vast. De overheid stelt de AOW-leeftijd telkens vijf jaar van tevoren vast, zodat je op tijd weet waar je aan toe bent; de officiële tabel staat op Rijksoverheid.nl. Ben je geboren in de jaren zeventig of later, dan is jouw AOW-leeftijd dus nog niet officieel bekend.
Zo werkt die vaste cyclus: elk najaar stelt het kabinet de AOW-leeftijd vast voor het jaar dat vijf jaar later begint, op basis van de nieuwste levensverwachtingscijfers van het CBS. De leeftijd voor 2032 wordt dus in de loop van 2026 bekendgemaakt.
Waarom de leeftijd opschuift
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de levensverwachting: leven we gemiddeld een jaar langer, dan gaat de AOW-leeftijd met acht maanden omhoog. Stijgt de levensverwachting even niet, dan blijft ook de AOW-leeftijd gelijk — precies wat er in 2026 en 2027 gebeurt.
Dat die koppeling bestaat, komt door een simpele constatering: we worden veel ouder dan toen de AOW werd bedacht. In 1950 had een 65-jarige man gemiddeld nog 14,4 jaar te leven; in 2025 is dat volgens het CBS 19,5 jaar. Bij vrouwen steeg het van 14,9 naar 21,4 jaar. Zonder hogere AOW-leeftijd zou de rekening van al die extra pensioenjaren volledig bij een krimpende groep werkenden terechtkomen. Voor wie nu in de dertig of veertig is, wijzen de prognoses dan ook eerder op een hogere dan een lagere AOW-leeftijd — al is daarover nog niets besloten.
Rekenvoorbeeld: één jaar verschil in geboortedatum, ruim een jaar later AOW
Stel: je bent geboren op 15 augustus 1961. Je wordt 67 in augustus 2028, en in dat jaar geldt een AOW-leeftijd van 67 jaar en 3 maanden. Jouw AOW gaat dus in op 15 november 2028. Je buurvrouw, geboren op 15 augustus 1960, werd 67 in augustus 2027 — toen de AOW-leeftijd nog precies 67 was. Haar AOW ging in op 15 augustus 2027. Eén jaar verschil in geboortedatum, maar een jaar en drie maanden verschil in ingangsdatum.
Die drie extra maanden voelen klein, maar tellen aan. Wie eerder wil stoppen met werken, moet de periode tot de AOW-datum zelf overbruggen met spaargeld, met aanvullend pensioen dat eerder ingaat, of door langer door te werken. Check dus ruim van tevoren of jouw pensioenregeling wel aansluit op je werkelijke AOW-datum — veel mensen rekenen in hun hoofd nog met 67 of zelfs met 65.
Bereken jouw eigen AOW-datum
Met de rekentool AOW-leeftijd berekenen vul je je geboortedatum in en zie je direct vanaf welke datum je AOW krijgt — en hoe lang dat nog duurt. Voor je persoonlijke situatie en de aanvraag kun je terecht bij de SVB, die de AOW uitbetaalt; aanvragen kan enkele maanden voor je AOW-leeftijd.
Val je in de groep waarvan de leeftijd nog niet vaststaat, houd er dan rekening mee dat hij kan stijgen, en bouw waar mogelijk zelf een buffer op. En bedenk bij elke uitkomst: een rekentool geeft een indicatie op basis van de nu vastgestelde leeftijden, geen persoonlijk pensioenadvies. Maar wie zijn datum kent, plant zijn laatste werkjaren een stuk gerichter dan wie gokt.