Waar blijft een derde van je brutoloon? Zo lees je eindelijk je loonstrook

Loonheffing, pensioenpremie, heffingskortingen: zo lees je stap voor stap je loonstrook en zie je precies waar je brutoloon blijft.

Waar blijft een derde van je brutoloon? Zo lees je eindelijk je loonstrook

Op papier verdien je een mooi brutosalaris. Op je rekening komt elke maand een stuk minder binnen. Bij veel werknemers verdwijnt grofweg een kwart tot een derde van het brutoloon voordat het nettobedrag wordt overgemaakt: aan loonheffing, pensioenpremie en andere inhoudingen. Waar dat geld precies blijft, staat gewoon op je loonstrook. Je moet hem alleen kunnen lezen.

Dat is minder ingewikkeld dan al die afkortingen doen vermoeden. In dit artikel lopen we de route van bruto naar netto stap voor stap door, met een uitgewerkt rekenvoorbeeld op basis van de belastingcijfers van 2026.

De route van bruto naar netto

Op vrijwel elke loonstrook gebeurt hetzelfde, in deze volgorde:

  • Je begint met het brutoloon dat in je contract staat, inclusief eventuele toeslagen.
  • Daar gaat eerst het werknemersdeel van de pensioenpremie af; hoeveel dat is, verschilt sterk per pensioenregeling.
  • Over wat overblijft berekent je werkgever de loonheffing: loonbelasting en premies volksverzekeringen in één bedrag.
  • Daarna komen netto-vergoedingen erbij, zoals reiskosten of een thuiswerkvergoeding, en gaan netto-inhoudingen eraf.

De loonheffing is voor de meeste mensen veruit de grootste post. Daarom is het de moeite waard om te snappen hoe die wordt berekend.

De grootste hap: loonheffing in 2026

In 2026 gelden drie belastingschijven. Over je inkomen tot en met 38.883 euro betaal je 35,75 procent, over het deel daarboven tot en met 78.426 euro betaal je 37,56 procent, en over alles daarboven 49,50 procent. Deze tarieven staan op de site van de Belastingdienst.

Daar staat gelukkig iets tegenover: de heffingskortingen. De algemene heffingskorting bedraagt in 2026 maximaal 3.115 euro en de arbeidskorting maximaal 5.685 euro. Beide kortingen zijn inkomensafhankelijk en worden bij een hoger inkomen stap voor stap afgebouwd. Vink je bij je werkgever de loonheffingskorting aan, dan verrekent die deze kortingen alvast met je maandloon; daarom is het belangrijk dit bij maximaal één werkgever tegelijk te doen.

Rekenvoorbeeld: 50.000 euro bruto per jaar

Stel, je verdient 50.000 euro bruto per jaar. Voor de eenvoud rekenen we even zonder pensioenpremie, puur de loonheffing:

  • Over de eerste 38.883 euro: 35,75% = 13.901 euro.
  • Over de resterende 11.117 euro: 37,56% = 4.176 euro.
  • Belasting vóór kortingen: 18.077 euro.
  • Bij dit inkomen resteert ongeveer 1.800 euro algemene heffingskorting en zo'n 5.400 euro arbeidskorting, samen circa 7.200 euro korting.
  • Te betalen loonheffing: ongeveer 18.077 − 7.200 = 10.900 euro per jaar.

Netto houd je dan ongeveer 39.100 euro over, ruwweg 3.260 euro per maand. Van je brutoloon gaat in dit voorbeeld dus zo'n 22 procent naar de loonheffing. Tel daar het werknemersdeel van een pensioenpremie bij op, vaak nog eens honderden euro's per maand, en je zit al snel richting de 30 procent. Bij hogere inkomens, waar een groter deel in de schijf van 37,56 of 49,50 procent valt en de kortingen zijn afgebouwd, verdwijnt inderdaad meer dan een derde.

Let wel: dit is een vereenvoudigde indicatie. Je precieze nettoloon hangt af van je pensioenregeling, cao-afspraken en persoonlijke situatie. Wil je het voor jouw salaris weten, vul dan je brutoloon in bij de bruto-netto rekentool.

Zo controleer je je eigen loonstrook

Pak je laatste loonstrook erbij en loop deze punten langs:

  • Klopt het brutoloon met je contract, inclusief het juiste parttimepercentage?
  • Staat de loonheffingskorting op ja, en maar bij één werkgever?
  • Zie je een pensioenpremie staan, en weet je welk deel jij betaalt en welk deel je werkgever?
  • Kloppen je netto-vergoedingen, zoals reiskosten en thuiswerkdagen?

Een goede uitleg van alle termen en afkortingen vind je ook bij het Nibud.

Vijf minuten die zichzelf terugbetalen

Leg je loonstrook één keer per jaar naast de uitkomst van de bruto-netto rekentool, bijvoorbeeld in januari, wanneer de nieuwe belastingtarieven ingaan. Wijkt je nettoloon duidelijk af van wat je verwacht, dan weet je nu precies welke posten je moet nalopen en welke vraag je je werkgever stelt. Zo verandert dat ondoorgrondelijke strookje in een document dat je gewoon snapt.

Zelf uitrekenen?Gebruik de gratis rekentool “Bruto-netto berekenen”.Naar de rekentool →