Dit houd je netto over van elk gewerkt uur (en zo reken je het na)
Van € 18 bruto per uur blijft in 2026 zo'n € 16,87 netto over bij een werkweek van 36 uur. Zo reken je na wat jij aan elk gewerkt uur overhoudt.

Wie € 18 bruto per uur verdient en 36 uur per week werkt, houdt daar in 2026 netto ongeveer € 16,87 per uur aan over — inclusief vakantiegeld, gerekend met de officiële belastingcijfers. Dat is bijna 94 procent van het brutoloon, meer dan veel mensen verwachten. Hoe dat kan, en waarom dat percentage bij hogere uurlonen juist daalt, laat zich goed uitleggen aan de hand van de som die de Belastingdienst zelf ook maakt.
De rekensom loopt via je jaarinkomen
Belasting wordt niet per uur geheven, maar per jaar. De berekening begint daarom bij het bruto jaarinkomen: uurloon × uren per week × 52 weken, plus 8 procent vakantiegeld. Bij € 18 per uur en 36 uur per week kom je zo op ongeveer € 36.392.
Daarover wordt de inkomstenbelasting in box 1 berekend. In 2026 betaal je 35,75 procent over de eerste schijf tot € 38.883, daarboven 37,56 procent, en boven € 78.426 geldt het toptarief van 49,5 procent. Zonder verdere regelingen zou er van € 36.392 dus ruim € 13.000 naar de fiscus gaan.
Maar dan zijn er de heffingskortingen. De algemene heffingskorting bedraagt in 2026 maximaal € 3.115, de arbeidskorting maximaal € 5.685. Samen drukken ze de belasting bij dit inkomen tot ongeveer € 4.815 per jaar. Netto blijft er zo'n € 31.577 over: ongeveer € 2.631 per maand, ofwel € 16,87 per gewerkt uur.
Met onze nieuwe rekentool bruto-netto uurloon berekenen maak je deze som in een paar seconden voor je eigen uurloon en werkweek, met de officiële cijfers van 2024, 2025 of 2026. De gebruikte tarieven en kortingen staan onder de tool, zodat je precies kunt zien waarmee is gerekend.
Waarom een hoger uurloon procentueel minder oplevert
De heffingskortingen zijn de reden dat lage en middeninkomens netto zo dicht bij bruto uitkomen. Maar beide kortingen bouwen af naarmate je meer verdient: de algemene heffingskorting vanaf een jaarinkomen van € 29.736, de arbeidskorting vanaf ongeveer € 45.592. Elke extra verdiende euro wordt daardoor dubbel geraakt: je betaalt er het schijftarief over én je levert een stukje korting in.
Het omgekeerde geldt ook. Parttimers met een kleine baan profiteren relatief het sterkst: over de eerste duizenden euro's per jaar betaal je door de kortingen per saldo nauwelijks belasting. Het netto uurloon van een bijbaan ligt daardoor opvallend dicht bij het bruto uurloon.
Bedenk verder dat de tarieven, schijfgrenzen en kortingen elk jaar op 1 januari veranderen. Hetzelfde bruto uurloon levert in 2026 dus net een ander nettobedrag op dan in 2025 of 2024. Kies in de tool het juiste belastingjaar als je een oude loonstrook narekent.
Waarom je loonstrook toch iets anders zegt
De uitkomst is een indicatie, geen kopie van je loonstrook. De berekening dekt de inkomstenbelasting en de twee belangrijkste heffingskortingen voor werknemers onder de AOW-leeftijd, volgens de tarieven die de Belastingdienst jaarlijks vaststelt. Wat er niet in zit:
- pensioenpremie, die je brutoloon verlaagt vóórdat er belasting over wordt berekend
- bijzondere beloningen zoals een dertiende maand of bonus, die via een apart tarief worden belast
- persoonlijke aftrekposten, zoals hypotheekrente
- de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, die je werkgever afdraagt
Vooral de pensioenpremie maakt in de praktijk verschil: wie pensioen opbouwt, ziet netto iets minder op de rekening staan dan deze berekening toont, maar spaart dat bedrag feitelijk voor later. Werkgevers verdelen de heffingskortingen bovendien via loonheffingstabellen over het jaar, wat per maand kleine afwijkingen geeft die pas bij de belastingaangifte worden gladgestreken. Je werkelijke loonstrook kan dus iets afwijken van de uitkomst.
De kern blijft staan: van een uurloon van € 18 houd je in 2026 bijna 94 procent over, en dat percentage kun je voor elk uurloon in een paar tellen zelf narekenen. Dat is nuttiger dan varen op een onderbuikgevoel — of op de loonstrook van vorig jaar.