Waarom 30% + 20% korting geen 50% korting is (en hoe het wél zit)
Twee kortingen stapelen levert minder op dan je denkt: 30% plus 20% is in werkelijkheid 44%, geen 50%. Zo reken je in seconden uit wat je écht betaalt.

Je staat bij het rek met de rode stickers: 30 procent korting. En aan de kassa gaat er vandaag nog eens 20 procent extra af. Je hersenen maken daar razendsnel 50 procent korting van — en precies daar gaat het mis. Wie kortingen bij elkaar optelt, betaalt vrijwel altijd meer dan hij denkt.
De tweede korting gaat namelijk niet van de oorspronkelijke prijs af, maar van de prijs die al verlaagd is. Daardoor is 30 plus 20 procent korting in werkelijkheid 44 procent korting. Op een t-shirt merk je dat nauwelijks, maar op een bank of wasmachine gaat het om tientallen euro's verschil.
Zo werkt korting op korting
Neem een jas van 100 euro. De eerste korting van 30 procent haalt er 30 euro af: de jas kost nu 70 euro. De extra korting van 20 procent wordt vervolgens berekend over die 70 euro, niet over de oorspronkelijke 100 euro. Twintig procent van 70 euro is 14 euro. Je betaalt dus 56 euro.
Van 100 naar 56 euro is een totale korting van 44 procent. Had de winkel in één keer 50 procent gegeven, dan had je 50 euro betaald. Zes euro verschil op een jas — maar op een bankstel van 2.000 euro met dezelfde stapelkorting praat je over 120 euro.
Er is een snelle manier om dit uit je hoofd te doen: vermenigvuldig wat je overhoudt. Bij 30 procent korting houd je 70 procent van de prijs over, en bij 20 procent extra korting daar weer 80 procent van. En 0,70 keer 0,80 is 0,56: je betaalt 56 procent van de oorspronkelijke prijs, dus de echte korting is 44 procent.
Zo pakken bekende combinaties uit:
- 20% + 20% extra = 36% totale korting
- 30% + 20% extra = 44% totale korting
- 40% + 30% extra = 58% totale korting
- 50% + 50% extra = 75% totale korting — en dus niet gratis
Waarom je brein hier steeds intrapt
Percentages voelen als gewone getallen die je kunt optellen, maar ze slaan telkens op een ander bedrag. De eerste korting gaat over de volle prijs, de tweede over het restant. Winkels weten dat dit verwarrend is en gebruiken het slim: 20 procent extra op de sale klinkt alsof de korting fors oploopt, terwijl het effect kleiner is dan het lijkt. Hetzelfde geldt voor teksten als tot 70 procent korting, waarbij dat maximum vaak maar voor een handvol artikelen geldt.
Andersom werkt het trouwens ook. Een prijsverhoging van 10 procent gevolgd door 10 procent korting brengt je niet terug bij af: van 100 euro ga je naar 110 euro, en daar 10 procent vanaf is 99 euro.
Wat een winkel wel en niet mag
Sinds de komst van strengere Europese regels moet een doorgestreepte van-prijs de laagste prijs zijn die de verkoper in de 30 dagen vóór de aanbieding heeft gerekend. De prijs eerst opdrijven om de korting groter te laten lijken, mag dus niet. De Autoriteit Consument & Markt houdt daar toezicht op; alleen voor onder meer bederfelijke producten en gloednieuwe artikelen gelden soepelere regels. Zie je een korting die te mooi lijkt om waar te zijn, vergelijk dan even met andere aanbieders voordat je toeslaat.
Reken het na voordat je afrekent
De belangrijkste vraag bij elke aanbieding is niet hoeveel procent eraf gaat, maar wat je uiteindelijk betaalt — en of het product dat bedrag je waard is. Bepaal vooraf wat je maximaal wilt uitgeven, en laat je niet opjagen door aftellende klokjes of meldingen dat er nog twee op voorraad zijn.
Wil je snel weten wat een gestapelde korting echt betekent? Met de kortingscalculator reken je in een paar seconden uit wat je betaalt bij elke combinatie van kortingen. Zo zie je meteen het verschil tussen de korting die de winkel roept en de korting die je werkelijk krijgt.