Hoeveel kinderalimentatie is normaal? Zo rekent de rechter

Rechters rekenen kinderalimentatie in drie stappen: behoefte, draagkracht en zorgkorting. Zo werkt de methode van de Expertgroep Alimentatienormen in 2026.

Hoeveel kinderalimentatie is normaal? Zo rekent de rechter

Hoeveel kinderalimentatie "normaal" is, hangt niet af van wat de buren betalen. Rechters in Nederland rekenen allemaal met dezelfde methode: de aanbevelingen van de Expertgroep Alimentatienormen, in de praktijk vaak de Tremanormen genoemd. Die worden elk jaar bijgewerkt en staan in het Rapport Alimentatienormen op Rechtspraak.nl. De versie van januari 2026 werkt in drie stappen: wat heeft het kind nodig, wat kunnen beide ouders missen, en hoeveel zorg neemt de ouder zonder hoofdverblijf al voor zijn rekening. Wie die drie stappen kent, snapt waarom het ene bedrag op €100 uitkomt en het andere op €500.

Stap 1: de behoefte van het kind

De rechter begint niet bij de ouder die moet betalen, maar bij het kind. De vraag is: wat kostte dit kind toen het gezin nog bij elkaar was? Daarvoor gebruikt de expertgroep de Tabel eigen aandeel van ouders in de kosten van kinderen. Die tabel is gebaseerd op onderzoek van het Nibud en het CBS naar wat gezinnen met een bepaald inkomen gemiddeld aan hun kinderen uitgeven. De kinderbijslag is er al in verwerkt.

Je zoekt in de tabel het netto besteedbaar gezinsinkomen van vóór de scheiding op, inclusief een eventueel kindgebonden budget. In de tabel voor 2026 hoort bij een netto gezinsinkomen van €3.000 per maand een eigen aandeel van €350 voor één kind en €605 voor twee kinderen. Bij €5.000 netto is dat €680 voor één kind. Ligt het inkomen tussen twee kolommen, dan rekent de rechter naar rato. Dit bedrag is de behoefte: het totaal dat beide ouders samen voor het kind moeten opbrengen.

Stap 2: de draagkracht van beide ouders

Daarna kijkt de rechter wat elke ouder apart kan missen. Dat gaat met een vaste formule: draagkracht = 70% van [netto besteedbaar inkomen min (0,3 × netto besteedbaar inkomen + gecorrigeerde bijstandsnorm + andere noodzakelijke lasten)]. De 30% is een vast woonbudget, de gecorrigeerde bijstandsnorm dekt de overige vaste kosten van levensonderhoud. Wat daarna overblijft heet de draagkrachtruimte; daarvan gaat 70% naar de kinderen en blijft 30% vrij voor de ouder zelf.

Het rapport van 2026 noemt ook ondergrenzen. Bij een netto inkomen (inclusief kindgebonden budget) van €1.950 of minder geldt een minimumdraagkracht van €25 per maand voor één kind en €50 voor twee of meer kinderen. Vanaf €2.100 geldt het percentage van 70%. Een ouder met een bijstandsuitkering bij wie het kind woont, krijgt geen draagkracht toegerekend.

Stap 3: verdelen en zorgkorting

De expertgroep geeft zelf een rekenvoorbeeld, dat we hier volgen. Ouder I, bij wie het kind woont, heeft een netto besteedbaar inkomen van €2.000 en ontvangt €400 kindgebonden budget. Ouder II verdient netto €2.600 en heeft €200 aan onvermijdbare extra lasten. De gecorrigeerde bijstandsnorm is in dit voorbeeld €1.365.

  • Ouder I: €2.400 min (€720 woonbudget + €1.365) = €315 ruimte; 70% daarvan is €221 draagkracht.
  • Ouder II: €2.600 min (€780 + €1.365 + €200) = €255 ruimte; 70% daarvan is €179 draagkracht.
  • Samen €400 draagkracht, genoeg voor de behoefte van €350. Ouder I draagt naar rato €193, ouder II €157.

Dan komt de zorgkorting. De ouder bij wie het kind niet woont, betaalt tijdens de omgang al een deel van de kosten in natura. Daarvoor krijgt hij een korting op zijn aandeel: 5% bij minder dan één dag per week, 15% bij gemiddeld één dag, 25% bij twee dagen en 35% bij drie dagen per week. In het voorbeeld ziet ouder II het kind één dag per week: 15% van €350 is €53. Hij betaalt dus €157 min €53 = €104 kinderalimentatie per maand. Is de draagkracht van de ouders samen te laag voor de behoefte, dan wordt de zorgkorting geheel of gedeeltelijk niet toegepast.

Wat betekent dit voor jou?

De uitkomst van deze rekensom is een indicatie, geen vonnis. Ouders mogen in het ouderschapsplan een ander bedrag afspreken, en de rechter kan gemotiveerd afwijken, bijvoorbeeld bij hoge schulden of een bijzondere zorgregeling. Een paar vaste regels gelden wel: kinderalimentatie gaat vóór partneralimentatie, is niet aftrekbaar voor de betaler en niet belast bij de ontvanger, en stijgt elk jaar automatisch mee met de wettelijke indexering (per 1 januari 2026: 4,6%).

Wil je weten in welke orde van grootte jouw situatie uitkomt? Vul het gezinsinkomen van vóór de scheiding, de inkomens van nu en de omgangsregeling in bij onze kinderalimentatie-rekentool. Daarmee heb je een onderbouwd startpunt voor een gesprek met je ex-partner of een mediator. De officiële systematiek en de actuele tabellen vind je bij Rechtspraak.nl. Beslist uiteindelijk de rechter, dan rekent die met dezelfde stappen, maar met jullie volledige dossier.

Zelf uitrekenen?Gebruik de gratis rekentool “Kinderalimentatie berekenen”.Naar de rekentool →