Waarom je in de winter meer trek hebt — en wat je lichaam in rust écht verbrandt
Kou kost je lichaam energie, maar in een verwarmd huis is dat effect klein. Zo bereken je je ruststofwisseling en zie je of extra trek ook extra nodig is.

Zodra de dagen korter worden, neemt de trek toe: stamppot, warme chocolademelk, een extra boterham. Dat is geen inbeelding. Je lichaam verbruikt bij kou echt iets meer energie om op temperatuur te blijven. Maar wie het grootste deel van de dag in een verwarmd huis of kantoor zit, heeft daar nauwelijks last van. De extra trek is in de winter vaak groter dan de extra behoefte. Om te weten wat je lichaam écht nodig heeft, begin je bij de ruststofwisseling: wat je verbrandt als je helemaal niets doet.
Wat je ruststofwisseling is
De ruststofwisseling, in het Engels basal metabolic rate of BMR, is de energie die je lichaam verbruikt in volledige rust: voor ademen, je hartslag, de temperatuur op peil houden en de werking van je organen. Bij de meeste mensen is dat het grootste deel van het dagelijkse energieverbruik. Wat je daarbovenop verbrandt, komt van bewegen en van de vertering van eten.
De bekendste manier om de BMR te schatten is de formule van Mifflin-St Jeor uit 1990. Die wordt sinds 2005 aanbevolen boven de oudere Harris-Benedict-formule, omdat ze in de praktijk nauwkeuriger blijkt. De formule gebruikt je gewicht in kilo's, je lengte in centimeters en je leeftijd.
- Mannen: 10 × gewicht + 6,25 × lengte − 5 × leeftijd + 5.
- Vrouwen: 10 × gewicht + 6,25 × lengte − 5 × leeftijd − 161.
Rekenvoorbeeld: twee veertigers
Een man van 40 jaar, 80 kilo en 1,80 meter: 10 × 80 + 6,25 × 180 − 5 × 40 + 5 = 800 + 1.125 − 200 + 5 = 1.730 kilocalorieën per dag in rust.
Een vrouw van 40 jaar, 65 kilo en 1,68 meter: 10 × 65 + 6,25 × 168 − 5 × 40 − 161 = 650 + 1.050 − 200 − 161 = 1.339 kilocalorieën per dag.
Dat is wat ze verbranden als ze een hele dag in bed zouden blijven liggen. Met een zittend kantoorbestaan en een wandeling komt daar grofweg een derde tot de helft bovenop. Onze BMR-rekentool rekent beide formules voor je uit en laat ook zien wat je totale verbruik ongeveer is bij verschillende activiteitsniveaus.
Wat kou wel en niet doet
Je lichaam kan warmte maken zonder te rillen, via zogeheten bruin vet. Lang dachten onderzoekers dat alleen baby's en dieren dat hadden, tot een Maastrichtse onderzoeksgroep in 2009 aantoonde dat volwassenen het ook bezitten. Dat bruin vet wordt actiever als je het koud hebt, en metingen laten zien dat die warmteproductie in de winter hoger ligt dan in de zomer.
Het effect is echter bescheiden en treedt vooral op als je de kou echt opzoekt: een paar uur in een koele kamer, of regelmatig naar buiten zonder dikke jas. In een huis op 20 graden, met een jas aan naar de auto en een verwarmde werkplek, komt je lichaam zelden in die stand. Wie de kou vermijdt, verbrandt er dus ook nauwelijks extra door.
Waar de wintertrek dan wél vandaan komt? Minder daglicht, minder bewegen en meer gezelligheid rond eten spelen een grote rol. Warm en vet eten voelt troostend als het buiten guur is. Dat is begrijpelijk, maar het is iets anders dan honger.
Wat een extra boterham per dag in een winter doet
Stel dat je van november tot en met januari elke dag 200 kilocalorieën meer eet dan je verbruikt: één dikke boterham met kaas, of een handje chocolade. Over 90 dagen is dat 18.000 kilocalorieën. Een kilo lichaamsvet staat ruwweg gelijk aan 7.000 kilocalorieën, dus dat is zo'n twee tot tweeënhalve kilo erbij in één winter. Dat verklaart waarom veel mensen in het voorjaar zwaarder zijn dan in september, zonder dat ze het gevoel hadden veel anders te eten.
Zo gebruik je de uitkomst
Bereken je ruststofwisseling met onze BMR-rekentool en kies het activiteitsniveau dat bij je winter past, niet bij je zomer. Vergelijk dat getal een paar dagen met wat je werkelijk eet. Zit je structureel boven je verbruik, dan weet je dat de trek niet uit behoefte komt, en kun je kiezen: een warme soep in plaats van de tweede boterham, of een extra wandeling in de kou, die juist je bruine vet aan het werk zet.
Een BMR-berekening is een schatting op basis van gemiddelden, geen meting. Spiermassa, hormonen en aandoeningen zoals een trage schildklier kunnen de uitkomst flink beïnvloeden. Gebruik de uitkomst als indicatie en overleg bij twijfel met je huisarts of een diëtist.