Waarom je dertiende maand netto zo tegenvalt (en hoeveel je écht overhoudt)
Over je dertiende maand houdt je werkgever tot 56% loonheffing in. Zo werkt de tabel bijzondere beloningen 2026 en zoveel houd je netto over.

De dertiende maand staat voor veel werknemers in november of december op de loonstrook. Bruto een heel maandsalaris extra; netto vaak maar de helft. Dat voelt als een straf op hard werken, maar het is vooral een rekenregel: je werkgever houdt over een extra uitkering loonheffing in volgens de tabel bijzondere beloningen, en die tabel hanteert een hoger percentage dan over je gewone loon. Hoe dat werkt, en hoeveel je bij jouw salaris écht overhoudt, lees je hieronder.
Waarom het bijzonder tarief hoger is dan je normale tarief
Over je gewone maandloon betaal je niet één vast percentage. Je werkgever verrekent elke maand een twaalfde deel van je heffingskortingen, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Daardoor ligt het gemiddelde percentage dat van je maandloon afgaat een stuk lager dan het tarief van de belastingschijf waarin je zit.
De dertiende maand komt daar bovenop. Je kortingen zijn al verdeeld over de twaalf gewone maanden, dus over de extra uitkering betaal je het volle tarief van je schijf. Dat heet het standaardtarief. En er komt iets bij. Beide heffingskortingen worden kleiner naarmate je inkomen stijgt. Een extra maandsalaris verhoogt je jaarinkomen en verlaagt dus je kortingen. Om dat meteen te verrekenen, telt de Belastingdienst bij het standaardtarief een verrekeningspercentage loonheffingskorting op. Dat percentage hangt af van je jaarloon.
In de witte tabel bijzondere beloningen 2026 van de Belastingdienst staan voor werknemers onder de AOW-leeftijd met loonheffingskorting onder meer deze combinaties:
- Jaarloon van € 29.737 tot € 38.884: 35,75% plus 4,45% is 40,20%
- Jaarloon van € 38.884 tot € 45.593: 37,56% plus 4,45% is 42,01%
- Jaarloon van € 45.593 tot € 78.427: 37,56% plus 12,91% is 50,47%
- Jaarloon van € 78.427 tot € 143.555: 49,50% plus 6,51% is 56,01%
- Jaarloon vanaf € 143.555: 49,50% plus 0% is 49,50%
Bij lage inkomens is het verrekeningspercentage juist negatief, omdat de arbeidskorting daar nog oploopt met het inkomen. Tussen € 12.923 en € 23.931 jaarloon gaat er bijvoorbeeld 31,01% van het standaardtarief af en houd je van een extra uitkering bijna alles over.
Het jaarloon waar de tabel naar kijkt, is meestal je loon van het vorige kalenderjaar. Het staat op je loonstrook, vaak als "jaarloon bijzonder tarief" of "jaarloon BT". Ben je dit jaar begonnen, dan schat je werkgever het.
Rekenvoorbeeld: € 4.000 bruto per maand
Stel, je verdient € 4.000 bruto per maand en je dertiende maand is ook € 4.000. Je jaarloon komt met vakantiegeld en dertiende maand op ruim € 55.000. Dat valt in de regel van € 45.593 tot € 78.427: 50,47%.
Over de dertiende maand houdt je werkgever dan 50,47% van € 4.000 in: € 2.018,80. Netto blijft er € 1.981,20 over. Net geen helft.
Verdien je € 3.000 per maand, dan is je jaarloon ongeveer € 42.000 en geldt 42,01%. Van een dertiende maand van € 3.000 gaat € 1.260,30 af en houd je € 1.739,70 over. Zit je hoger, met een jaarloon boven € 78.427, dan gaat van elke € 1.000 extra zelfs € 560,10 naar de Belastingdienst.
Let op: in sommige cao's wordt over de dertiende maand ook pensioenpremie ingehouden. Dan is het nettobedrag nog iets lager. Met onze rekentool voor de dertiende maand zie je in een paar tellen wat er bij jouw salaris overblijft.
Is dat geld echt weg?
Niet per se. De loonheffing is een voorschot. Bij je aangifte inkomstenbelasting over 2026, in het voorjaar van 2027, rekent de Belastingdienst je belasting uit over je totale jaarinkomen. De tabel bijzondere beloningen is zo gemaakt dat die uitkomst er zo dicht mogelijk bij komt, maar hij werkt met het loon van vorig jaar. Zat daar een bonus in, of verdien je dit jaar minder dan vorig jaar, dan is er waarschijnlijk te veel ingehouden en krijg je het verschil terug. Andersom kan ook: wie dit jaar flink meer is gaan verdienen, kan moeten bijbetalen.
Twee dingen om in de gaten te houden. De dertiende maand telt mee in je toetsingsinkomen voor toeslagen; wie dicht bij de grens voor zorg- of huurtoeslag zit, kan daardoor minder toeslag krijgen. En wie hypotheekrenteaftrek of een andere aftrekpost heeft, ziet het effect daarvan pas bij de aangifte.
Wat je nu kunt doen
Zoek het jaarloon bijzonder tarief op je loonstrook op en controleer in welke regel van de tabel je valt. Reken uit wat je netto overhoudt en plan daarmee, niet met het brutobedrag. En zet de uitkomst van je aangifte in het voorjaar ernaast: wat er nu te veel wordt ingehouden, komt dan terug. Dit artikel geeft een indicatie; je loonstrook en je aangifte zijn leidend.