Belastingplan 2027: zo reken je nu al uit wat je in januari netto overhoudt
Het Belastingplan 2027 verhoogt de tarieven, maar ook de heffingskortingen. Met een rekenvoorbeeld van € 60.000 bruto zie je wat dat netto doet.

Op Prinsjesdag 2026 presenteerde het kabinet het Belastingplan 2027. De tarieven in de eerste twee belastingschijven gaan omhoog, maar de heffingskortingen stijgen ook. Wat dat per saldo met je nettoloon doet, hangt af van wat je verdient. Met de cijfers uit het plan en tien minuten rekenwerk weet je nu al ongeveer wat er in januari op je loonstrook staat. Eén voorbehoud vooraf: het is een voorstel. De Tweede Kamer behandelt het pakket in oktober en november, de Eerste Kamer stemt in december. Pas daarna zijn de cijfers definitief.
Dit staat er in het voorstel
De inkomstenbelasting in box 1 kent drie schijven. Voor mensen onder de AOW-leeftijd stelt het kabinet voor 2027 deze tarieven voor:
- Schijf 1, tot € 39.247: 36,23% (in 2026 is dat 35,75%)
- Schijf 2, van € 39.247 tot € 78.426: 38,16% (in 2026: 37,56%)
- Schijf 3, boven € 78.426: 49,50% (ongewijzigd)
Opvallend is dat de grens van de derde schijf in 2027 bevroren blijft op € 78.426. Ook de eerste schijfgrens en de heffingskortingen stijgen minder dan de inflatie: in plaats van de volledige inflatiecorrectie van 2,6% past het kabinet ongeveer de helft toe. Wie een loonsverhoging krijgt die de inflatie bijhoudt, schuift daardoor sneller een duurdere schijf in.
Daar staan hogere kortingen tegenover:
- Algemene heffingskorting: maximaal € 3.154 (in 2026: € 3.115). De korting bouwt af vanaf een inkomen van € 30.910, met 6,638% per euro daarboven.
- Arbeidskorting: maximaal € 5.929 (in 2026: € 5.685). De afbouw begint bij een arbeidsinkomen van € 47.834, met 6,51%, en loopt door tot nul bij € 138.909.
Rekenvoorbeeld: € 60.000 bruto
Neem een werknemer met een brutojaarloon van € 60.000, zonder pensioenpremie en zonder aftrekposten. We rekenen alleen met de schijven en de twee grote kortingen.
In 2026 betaalt hij over de eerste € 38.883 een tarief van 35,75%: € 13.901. Over de resterende € 21.117 betaalt hij 37,56%: € 7.932. Samen € 21.833. Daar gaan de kortingen vanaf: € 1.179 algemene heffingskorting en € 4.747 arbeidskorting. Netto belasting: € 15.906.
In 2027 betaalt hij over de eerste € 39.247 een tarief van 36,23%: € 14.219. Over de resterende € 20.753 betaalt hij 38,16%: € 7.919. Samen € 22.139. De kortingen zijn hoger: € 1.223 algemene heffingskorting en € 5.137 arbeidskorting. Netto belasting: € 15.779.
Per saldo betaalt deze werknemer in 2027 dus € 127 per jaar minder belasting, ruim € 10 per maand, ondanks de hogere tarieven. De hogere arbeidskorting en het latere afbouwpunt doen hier het werk. Dit is nadrukkelijk een versimpeling: pensioenpremie, een leaseauto of aftrekposten veranderen de uitkomst. En wie geen loonsverhoging krijgt terwijl de boodschappen wel duurder worden, gaat er in koopkracht niet per se op vooruit.
Zo reken je het voor jezelf uit
- Pak je laatste loonstrook en noteer je brutojaarloon inclusief vakantiegeld.
- Reken eerst je huidige nettoloon na met onze bruto-netto-rekentool. Dan weet je zeker dat je uitgangspunt klopt.
- Reken daarna de belasting voor 2027 uit zoals in het voorbeeld: eerst per schijf, dan de twee kortingen eraf.
- Vergelijk de twee uitkomsten. Het verschil, gedeeld door twaalf, is je indicatie voor januari.
Verdien je meer dan € 78.426? Dan betaal je over alles daarboven het toptarief van 49,50% en is je arbeidskorting al flink afgebouwd. Daar weegt de bevroren schijfgrens het zwaarst: elke euro loonsverhoging boven die grens wordt tegen het hoogste tarief belast.
Nog geen wet
Het pakket Belastingplan 2027 ligt sinds 15 september 2026 bij de Tweede Kamer. De Rijksoverheid zegt het zelf zo: de plannen kunnen als gevolg van de behandeling nog wijzigen, en pas na akkoord van beide Kamers zijn ze definitief. Bij eerdere belastingplannen veranderden de tarieven tijdens de behandeling nog met honderdsten van procenten. Zo werd het tarief van de eerste schijf voor 2026 uiteindelijk 35,75% in plaats van de op Prinsjesdag 2025 voorgestelde 35,70%.
Maak dus nu je berekening, maar zet er een potloodstreep onder. Bewaar je loonstrook van december en leg die in januari naast de nieuwe. Klopt het verschil niet met je eigen som, dan weet je precies waar je je werkgever naar moet vragen.