De legale belastingtruc die bijna niemand gebruikt: jaarruimte
Sinds 2023 mag je veel meer fiscaal aftrekbaar inleggen voor je pensioen. Zo bereken je jouw jaarruimte in 2026 en zoveel levert het op.

Er bestaat een volledig legale manier om jaarlijks honderden tot duizenden euro's belasting terug te krijgen, en toch laten veel Nederlanders hem links liggen: de jaarruimte. Vooral zzp'ers en werknemers zonder goede pensioenregeling betalen daardoor stilletjes te veel belasting.
Het idee is simpel. Bouw je weinig of geen pensioen op via een werkgever, dan mag je zelf geld opzijzetten op een lijfrenterekening en dat bedrag aftrekken van je inkomen in box 1. Hoeveel je maximaal mag inleggen, heet je jaarruimte. En sinds 2023 is die ruimte fors groter geworden — juist dat is bij veel mensen nog niet doorgedrongen.
Zo werkt de jaarruimte
De jaarruimte bereken je over je inkomen van vorig jaar. De formule voor 2026: 30 procent van je inkomen boven de AOW-franchise van 19.172 euro, min 6,27 keer factor A. Die factor A is de pensioenaangroei via je werkgever; je vindt hem op je jaarlijkse pensioenoverzicht (UPO). Zonder werkgeverspensioen is factor A gewoon nul.
Er zitten grenzen aan: inkomen telt mee tot 137.800 euro en de maximale jaarruimte is in 2026 35.589 euro. Wat je inlegt, trek je af van je belastbare inkomen. Bovendien telt het tegoed niet mee in box 3, en betaal je pas belasting als het na je pensioen wordt uitgekeerd — vaak tegen een lager tarief, omdat je dan geen AOW-premie meer betaalt.
Sinds 2023 fors verruimd
Met de Wet toekomst pensioenen (ingegaan op 1 juli 2023, met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023) veranderde er veel, zo beschrijft de Rijksoverheid. Voor je jaarruimte zijn drie wijzigingen belangrijk:
- Het opbouwpercentage ging van 13,3 naar 30 procent van de grondslag: ruim een verdubbeling.
- Onbenutte jaarruimte mag je nu tot 10 jaar terug inhalen (was 7 jaar); deze reserveringsruimte is in 2026 maximaal 42.753 euro.
- Je mag langer doorgaan met inleggen, tot vijf jaar na je AOW-leeftijd.
Wie dus jaren niets heeft ingelegd, kan nu een flinke inhaalslag maken.
Rekenvoorbeeld: zzp'er met 50.000 euro winst
Een zelfstandige had in 2025 een winst van 50.000 euro en bouwt nergens pensioen op, dus factor A is 0. Zijn jaarruimte voor 2026 is dan 30 procent van (50.000 - 19.172) = 30 procent van 30.828 = 9.248 euro.
Legt hij 5.000 euro in op een lijfrenterekening, dan gaat zijn belastbare inkomen met 5.000 euro omlaag. Bij dit inkomen valt de aftrek grofweg in het tarief van zo'n 37 procent, dus levert de inleg ongeveer 1.850 euro belastingvoordeel op via de aangifte. Daarnaast telt het opgebouwde tegoed niet mee voor box 3. Met onze jaarruimte-rekentool reken je in een minuut uit hoeveel ruimte jij dit jaar hebt.
Waar je op moet letten
- Het geld staat vast. Een lijfrente is bedoeld voor je pensioen; eerder opnemen kost belasting plus revisierente.
- Uitstel, geen afstel. De uitkering wordt later belast; het voordeel zit in het tariefverschil en het ontbreken van box 3-heffing.
- De deadline is 31 december. Alleen wat je dit kalenderjaar daadwerkelijk inlegt, trek je af in de aangifte over dit jaar.
- Vergeet factor A niet. Bouw je wel pensioen op via je werk, dan is je jaarruimte kleiner dan de simpele som suggereert.
- Kosten verschillen per aanbieder. Een lijfrenterekening open je bij een bank of beleggingsinstelling, sparend of beleggend. Vergelijk de kosten, want die gaan tientallen jaren van je rendement af.
Wil je weten wat er voor jou in zit? Pak je jaaropgave of winstcijfer van vorig jaar plus je UPO, en bereken je jaarruimte. Dit is een indicatie en geen persoonlijk advies, maar wie zijn ruimte kent, kan voor de jaarwisseling nog gericht inleggen — en dat scheelt komend voorjaar direct in de aanslag.