Waarom 1.000 euro op je spaarrekening elk jaar minder waard wordt

De inflatie stond in augustus 2026 op 3,3 procent, de spaarrente bij grootbanken ver daaronder. Zo snel verdampt de koopkracht van 1.000 euro.

Waarom 1.000 euro op je spaarrekening elk jaar minder waard wordt

Op je spaarrekening staat volgend jaar keurig weer 1.000 euro, plus een beetje rente. Toch ben je armer geworden. De inflatie bedroeg in augustus 2026 volgens de snelle raming van het CBS 3,3 procent. Bij dat tempo koop je met die 1.000 euro over een jaar nog maar voor ongeveer 968 euro aan boodschappen, energie en spullen.

Dat verlies voel je niet, want het getal op je rekening daalt nooit. Economen noemen dat geldillusie: we kijken naar het bedrag, niet naar wat we ervoor kunnen kopen. Precies daarom is inflatie de meest onzichtbare kostenpost die er is. En hij tikt elk jaar opnieuw aan, over het hele bedrag.

Hoe dat cijfer tot stand komt? Het CBS volgt maandelijks de prijzen van een groot mandje aan goederen en diensten, van boodschappen en energie tot huur en verzekeringen. Stijgt dat mandje in prijs, dan is er inflatie, en verliest elke euro die stilstaat aan koopkracht.

De stille kostenpost op je spaarrekening

Inflatie is geen tijdelijk verschijnsel van de afgelopen jaren. In 2025 stegen de consumentenprijzen gemiddeld 3,3 procent, in 2024 eveneens 3,3 procent, en in 2022 zelfs 10,0 procent — het hoogste cijfer sinds 1975. Zelfs in rustige jaren mikt de Europese Centrale Bank op zo'n 2 procent inflatie per jaar. Prijzen stijgen dus vrijwel altijd; de vraag is alleen hoe hard. Wie de afgelopen jaren spaarde, heeft de optelsom al gevoeld: drie jaar achter elkaar ruim 3 procent inflatie betekent dat hetzelfde boodschappenmandje nu zo'n 10 procent duurder is dan in 2023.

Daar staat de spaarrente tegenover. Bij de Nederlandse grootbanken krijg je in 2026 op een vrij opneembare spaarrekening grofweg 1,25 tot 1,5 procent. Dat is minder dan de helft van de huidige inflatie. Het verschil tussen die twee percentages is je jaarlijkse koopkrachtverlies: je reële rente is negatief.

Rekenvoorbeeld: tien jaar op de spaarrekening

Stel dat de inflatie 3,3 procent per jaar blijft en je zet 1.000 euro weg zonder rente. Dan is de koopkracht:

  • Na 1 jaar: ongeveer 968 euro.
  • Na 5 jaar: ongeveer 850 euro.
  • Na 10 jaar: ongeveer 723 euro.

Ruim een kwart van je koopkracht verdampt dus in tien jaar, zonder dat je er iets van ziet. Met 1,5 procent rente wordt het iets minder erg: je saldo groeit dan naar zo'n 1.161 euro, maar daar koop je over tien jaar voor ongeveer 839 euro van naar de maatstaven van nu. Ook met rente lever je in dit scenario dus zo'n 16 procent koopkracht in.

En dit voorbeeld gaat over 1.000 euro. Wie 20.000 euro spaargeld tegen deze percentages laat staan, ziet de koopkracht daarvan in tien jaar met ruim 3.200 euro slinken. Met onze inflatie-rekentool reken je dit door voor je eigen bedrag, rente en periode.

Wat je er wel aan kunt doen

Helemaal ontsnappen aan inflatie kan niet, maar je kunt het verlies wel beperken:

  • Houd niet meer op je betaal- en spaarrekening dan nodig. Een buffer voor tegenvallers blijft verstandig, maar alles daarboven verliest bij een grootbank het hardst aan waarde.
  • Vergelijk spaarrentes. Het verschil tussen de laagste en hoogste vrij opneembare rente kan op jaarbasis honderden euro's schelen (2026).
  • Bekijk deposito's. Wie geld langer kan missen, krijgt op een spaardeposito doorgaans een hogere vaste rente.
  • Wees eerlijk over de rest. Beleggen kan op lange termijn meer opleveren dan sparen, maar kent koersrisico. Dit artikel is een indicatie, geen persoonlijk advies.

De eerste stap is zien wat er nu gebeurt. Pak je spaarsaldo erbij en bereken wat inflatie met jouw spaargeld doet over vijf of tien jaar. Wie het verlies eenmaal in euro's heeft gezien, kijkt heel anders naar die 1,4 procent rente van de grootbank.

Zelf uitrekenen?Gebruik de gratis rekentool “Inflatie berekenen”.Naar de rekentool →